AAN VRAGEN

“Betere palliatieve zorg voor mensen met een psychiatrische stoornis”

Mensen met een psychiatrische stoornis moeten net als iedere andere burger goede palliatieve zorg krijgen. Toch is dat niet vanzelfsprekend. Te vaak ontbreekt de kennis om deze mensen goed te verzorgen. Met steun van het Zorgondersteuningsfonds gaan verpleegkundig specialist Heidi de Kam en geestelijk verzorger Hennie Kievit, beiden werkzaam bij GGz Centraal, de kennis die er is verzamelen en beschrijven.

“Voor mensen met een psychiatrische stoornis is de palliatieve zorg niet altijd goed toegesneden. Onvoldoende kennis van wat zij nodig hebben kan tot onderbehandeling en onnodige verplaatsingen leiden. GGz Centraal heeft sinds 2011 een palliatieve unit waar mensen met een psychiatrische stoornis én een ongeneeslijke lichamelijke ziekte in de laatste levensfase zorg krijgen. De unit is er vooral voor mensen van buiten, want onze eigen cliënten blijven ook in de palliatieve fase zoveel mogelijk in hun eigen woonomgeving.”

Heidi en Hennie

“Onze palliatieve unit is vrij uniek. We voorzien in een behoefte. Dat merken we aan alle vragen die we van andere organisaties krijgen. We geven op verzoek workshops, consulten en trainingen. Bijvoorbeeld aan verpleegkundigen in de thuiszorg of een hospice, aan oncologieverpleegkundigen, aan huisartsen of psychiaters. Ook denken we mee met specifieke casussen. De vraag naar kennis is groot en dat bracht ons op het idee om een leerboek te schrijven. Bedoeld voor al die zorgverleners van andere organisaties die om deze kennis verlegen zitten.”

“We starten met een overzichtsartikel, waarin we ingaan op de gegevens die we de afgelopen jaren hebben verzameld over palliatieve zorg aan mensen met een psychiatrische stoornis. Hoeveel mensen hebben gebruikgemaakt van de palliatieve unit? Wat was hun psychiatrische stoornis? En welke lichamelijke ziekte hadden ze? Daarna gaan we verder met het leerboek. Casussen uit de praktijk zijn daarin leidend. Voor palliatieve zorg bestaan veel landelijke richtlijnen, maar bij deze doelgroep moeten hulpverleners daar juist vaak van afwijken. De inzet van het sociale netwerk, de communicatie en de symptoombehandeling verlopen bijvoorbeeld anders dan bij ‘gewone’ burgers. Natuurlijk is iedere persoon uniek en is elke situatie net anders. Toch kunnen we met de casusbeschrijvingen ook een aantal centrale adviezen geven. Zoals: let hierop bij iemand met schizofrenie en hierop bij iemand die heel psychotisch is en pijn heeft. Zo hopen we bij te dragen aan verbetering van de kwaliteit van zorg aan mensen met een psychiatrische stoornis in de laatste levensfase.”